Definitie

“de maand, die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld” (Art. 9 lid 5 IW 1990, peildatum 2026-01-01)

De kalendermaand die is vermeld in de dagtekening van het aanslagbiljet en die als referentiepunt dient voor de berekening van het aantal resterende maanden van het belastingjaar in de termijnenregeling van art. 9 lid 5 IW 1990

Voorbeelden

StellingWaar?Toelichting
Een aanslagbiljet gedagtekend 15 maart 2026 heeft als maand van dagtekening: maart.jaDe vermelde maand in de dagtekening is maart; na maart resteren in 2026 nog negen maanden (april t/m december), zodat negen termijnen ontstaan.
Een aanslagbiljet gedagtekend 1 december 2026 heeft als maand van dagtekening: december.jaDe maand is december; na december resteren geen maanden meer, zodat het termijnenaantal op nul uitkomt en lid 1 herneemt (derde volzin lid 5).
De maand van dagtekening is gelijk aan de dag binnen de maand (bijv. 15).neeGrensgeval: de wet spreekt van ‘de maand, die in de dagtekening is vermeld’; het gaat om de maandcomponent (bijv. maart), niet om de dagcomponent (bijv. 15).

Kenmerken

  • De maand is de enige relevante component van de dagtekening voor de termijnenberekening in lid 5; de dag binnen de maand is voor het tellen van resterende maanden niet bepalend.
  • De maand fungeert als invoer voor de berekening van resterende-maanden-jaar.
  • De waarde is observeerbaar uit de dagtekening op het aanslagbiljet en is daarmee een direct gegeven.

Relaties

TypeKardinaliteitBegrip
leidt totresterende-maanden-jaar