Definitie
“telkens een maand later” (Art. 9 lid 5 IW 1990, peildatum 2026-01-01)
De iteratieve tijdstap van één kalendermaand waarmee elke vervaldatum na de eerste termijn wordt bepaald, door steeds één maand op te tellen bij de vorige vervaldatum
Voorbeelden
| Stelling | Waar? | Toelichting |
|---|---|---|
| Een aanslagbiljet gedagtekend 15 maart 2026 heeft als tweede vervaldatum 15 juni 2026 (na eerste vervaldatum 15 mei 2026). | ja | Eerste termijn vervalt één maand na dagtekening (15 april 2026); tweede termijn is telkens een maand later: 15 mei 2026; derde termijn: 15 juni 2026. |
| De tijdstap ‘telkens een maand later’ geldt ook voor de overgang van januari naar februari. | ja | Grensgeval: de maandelijkse stap is consequent en wordt ook toegepast bij maandovergangen waarbij de doelmaand minder dagen telt dan de bronmaand. |
Kenmerken
- ‘Telkens’ markeert de iteratieve toepassing: de één-maand-stap wordt herhaald voor elke volgende termijn tot het einde van het belastingjaar.
- De tijdsaanduiding is de invoer voor de berekening van de vervaldatums van alle termijnen na de eerste.
- Art. 9 lid 10 IW 1990 sluit de Algemene termijnenwet uit; de maandtermijnen lopen kalenderstrikt.
Relaties
| Type | Kardinaliteit | Begrip |
|---|---|---|
| leidt tot | — | vervaldag-volgende-termijnen |