Definitie
“een voorlopige conserverende aanslag in de inkomstenbelasting” (Art. 9 lid 5 IW 1990, peildatum 2026-01-01)
Een belastingaanslag in de inkomstenbelasting van voorlopige en conserverende aard, die — mits het aanslagbiljet is gedagtekend in het belastingjaar waarover hij is vastgesteld — invorderbaar is in gelijke maandelijkse termijnen overeenkomstig art. 9 lid 5 IW 1990
Voorbeelden
| Stelling | Waar? | Toelichting |
|---|---|---|
| Een voorlopige conserverende aanslag IB 2026 op naam van Jan de Groot, gedagtekend 1 mei 2026, valt onder de termijnenregeling van art. 9 lid 5 IW 1990. | ja | De aanslag is een voorlopige conserverende aanslag IB; het aanslagbiljet is gedagtekend in het belastingjaar 2026, zodat lid 5 van toepassing is. |
| Een definitieve conserverende aanslag IB 2025 valt onder lid 5. | nee | Lid 5 benoemt uitsluitend de voorlopige conserverende aanslag IB; een definitieve conserverende aanslag valt niet onder lid 5. |
| Een voorlopige conserverende aanslag VPB 2026 valt onder lid 5. | nee | Grensgeval: lid 5 noemt uitsluitend de voorlopige conserverende aanslag in de inkomstenbelasting; voor vennootschapsbelasting is geen conserverende aanslag-variant opgenomen in lid 5. |
Kenmerken
- De voorlopige conserverende aanslag IB is in lid 5 apart benoemd naast de voorlopige aanslag IB/VPB; beide typen samen bepalen het volledige toepassingsbereik van lid 5.
- Het ‘conserverende’ karakter houdt verband met de bescherming van de heffingsgrondslag bij grensoverschrijdende situaties (bijv. emigratie); de aanslag wordt ingevorderd in termijnen.
- De kwalificatieconditie (dagtekening in het belastingjaar) is geen onderdeel van dit begrip maar van de voorwaarde
dagtekening-in-vaststellingsjaar.
Relaties
| Type | Kardinaliteit | Begrip |
|---|---|---|
| is een | — | belastingaanslag |