Definitie

“waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die ligt in het jaar waarover deze is vastgesteld” (Art. 9 lid 5 IW 1990, peildatum 2026-01-01)

De toepassingsvoorwaarde dat de dagtekening van het aanslagbiljet valt binnen het kalenderjaar waarover de voorlopige aanslag of de voorlopige conserverende aanslag is vastgesteld, als afbakeningscriterium voor de termijnenregeling van art. 9 lid 5 IW 1990

Voorbeelden

StellingWaar?Toelichting
Een voorlopige aanslag IB 2026 gedagtekend op 15 juni 2026. De voorwaarde ‘dagtekening in vaststellingsjaar’ is vervuld.jaDe dagtekening (15 juni 2026) valt in het belastingjaar waarover de aanslag is vastgesteld (2026); lid 5 is van toepassing.
Een voorlopige aanslag IB 2026 gedagtekend op 1 februari 2027. De voorwaarde is vervuld.neeDe dagtekening (1 februari 2027) valt buiten het belastingjaar 2026; de voorwaarde is niet vervuld en lid 5 is niet van toepassing. Lid 7 regelt aanslagen met een dagtekening vóór het belastingjaar; voor dagtekening ná het jaar is lid 1 van toepassing.
Een voorlopige aanslag IB 2026 gedagtekend op 31 december 2026 valt onder lid 5, ook al resteren er na december geen maanden meer.ja (grensgeval)De dagtekening valt in 2026; de voorwaarde is vervuld. De derde volzin van lid 5 regelt vervolgens dat lid 1 herneemt als het termijnenaantal ≤ 1 is.

Kenmerken

  • De voorwaarde is temporeel van aard: zij toetst uitsluitend of het kalenderjaar van de dagtekening overeenkomt met het belastingjaar.
  • Aanslagen met dagtekening vóór het belastingjaar worden door lid 7 geregeld; dagtekening ná het belastingjaar valt onder de hoofdregel van lid 1.
  • De voorwaarde is een van de twee cumulatieve condities voor toepassing van lid 5 (de andere is het aanslagtype via voorlopige-aanslag of voorlopige-conserverende-aanslag-ib).

Relaties

TypeKardinaliteitBegrip
heeft1:1dagtekening-aanslagbiljet
leidt totinvorderbaarheid-in-gelijke-termijnen

AR-9-5a