Definitie
“de dagtekening van het aanslagbiljet” (Art. 9 lid 1 IW 1990, peildatum 2026-01-01)
De op het aanslagbiljet vermelde datum waarop de belastingaanslag formeel is gedagtekend en die dient als het vaste referentiepunt voor de berekening van de invorderingstermijn
Voorbeelden
| Stelling | Waar? | Toelichting |
|---|---|---|
| Een aanslagbiljet IB 2024 vermeldt als dagtekening 10 maart 2026. De invorderingstermijn begint op 10 maart 2026 te lopen. | ja | De dagtekening op het biljet is het wettelijke referentiepunt; de datum waarop de belastingschuldige het biljet feitelijk ontvangt, is niet bepalend. |
| Een aanslagbiljet is gedagtekend op zaterdag 21 februari 2026. Omdat de Algemene termijnenwet niet van toepassing is (art. 9 lid 10 IW 1990), eindigt de zes-wekentermijn op zaterdag 4 april 2026. | ja | Grensgeval: lid 10 sluit de Algemene termijnenwet uitdrukkelijk uit; weekenden en feestdagen verlengen de termijn niet. |
| De ontvanger hanteert als dagtekening de datum waarop het aanslagbiljet feitelijk is verzonden, die afwijkt van de datum op het biljet. | nee | De dagtekening van het aanslagbiljet is de datum die op het biljet staat vermeld, niet de verzenddatum; de vermelde datum is bepalend. |
Kenmerken
- Observeerbaar gegeven: de dagtekening staat op het aanslagbiljet zelf vermeld.
- Lid 10 IW 1990 sluit de Algemene termijnenwet uit, waardoor de dagtekening zonder correctie voor weekenden of feestdagen als rekenpunt fungeert.
- In systematisch opzicht is de dagtekening tevens een rechtsfeit (de handeling die de invorderingstermijn doet aanvangen), maar de primaire classificatie is tijdsaanduiding omdat de datumfunctie in lid 1 centraal staat.
Relaties
| Type | Kardinaliteit | Begrip |
|---|---|---|
| leidt tot | — | zes-weken-na-dagtekening-aanslagbiljet |