Definitie
“Indien de toepassing van de eerste volzin niet leidt tot meer dan één termijn, vindt het eerste lid toepassing.” (Art. 9 lid 5 IW 1990, peildatum 2026-01-01)
De beslissingsregel die bepaalt dat art. 9 lid 1 IW 1990 herneemt als de termijnenberekening van art. 9 lid 5 eerste volzin niet leidt tot meer dan één termijn, zodat de zes-wekentermijn van lid 1 in de plaats treedt van de gelijke-termijnenregeling
Voorbeelden
| Stelling | Waar? | Toelichting |
|---|---|---|
| Een voorlopige aanslag IB 2026 gedagtekend 15 november 2026 is op grond van de terugvalregel invorderbaar zes weken na de dagtekening. | ja | Na november resteert slechts één maand (december), zodat de eerste volzin leidt tot precies één termijn (≤ 1); de terugvalregel activeert lid 1. |
| Een voorlopige aanslag IB 2026 gedagtekend 15 december 2026 is op grond van de terugvalregel invorderbaar zes weken na de dagtekening. | ja | Grensgeval: na december resteren nul maanden, zodat de eerste volzin leidt tot nul termijnen (< 1 ≤ 1); de terugvalregel activeert lid 1. |
| Een voorlopige aanslag IB 2026 gedagtekend 15 oktober 2026 valt onder de terugvalregel. | nee | Na oktober resteren twee maanden (november en december), zodat de eerste volzin leidt tot twee termijnen; het termijnenaantal is groter dan één en de terugvalregel is niet van toepassing. |
Kenmerken
- De terugvalregel is een grenswaardebeslissing: zij activeert lid 1 uitsluitend als het termijnenaantal ≤ 1 is (nul of één termijn).
- De drempelwaarde ‘meer dan één termijn’ is wettelijk vastgelegd; een uitkomst van precies één termijn activeert de terugvalregel.
- Systematisch effect: bij een dagtekening in november of december van het belastingjaar is de zes-wekentermijn van lid 1 van toepassing; de gelijke-termijnenregeling van lid 5 first volzin is dan niet van toepassing.
Relaties
| Type | Kardinaliteit | Begrip |
|---|---|---|
| heeft | 1:1 | termijnenberekening-resterende-maanden |
| heeft | 1:1 | resterende-maanden-jaar |
| leidt tot | — | invorderbaarheid-belastingaanslag |