Definitie
“Een belastingaanslag is invorderbaar zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet.” (Art. 9 lid 1 IW 1990, peildatum 2026-01-01)
De beslissingsregel die bepaalt of een belastingaanslag invorderbaar is, inhoudende dat invorderbaarheid intreedt zodra zes weken zijn verstreken na de dagtekening van het aanslagbiljet
Voorbeelden
| Stelling | Waar? | Toelichting |
|---|---|---|
| Aanslag IB 2024 op naam van BV Acme, gedagtekend 10 maart 2026. Op 21 april 2026 (42 dagen later) is de beslissingsregel vervuld en is de aanslag invorderbaar. | ja | Het beoordelingstijdstip ligt op of na de dagtekening plus zes weken; de conditie van de beslissingsregel is vervuld. |
| Dezelfde aanslag op 20 april 2026 (dag 41): de beslissingsregel levert ‘niet invorderbaar’ op. | ja | Grensgeval: de zes-wekentermijn is nog niet volledig verstreken; invorderbaarheid treedt pas de volgende dag in. |
| Voor een naheffingsaanslag levert deze beslissingsregel hetzelfde resultaat op als voor een reguliere aanslag. | nee | Lid 2 IW 1990 bepaalt voor naheffingsaanslagen een termijn van veertien dagen; deze beslissingsregel (lid 1) is dan niet van toepassing. |
Kenmerken
- Beslissingsregel met één conditie: het verstrijken van de termijn van zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet.
- Lid 1 is de hoofdregel; de leden 2, 4–9 en 11 bevatten specialisatieregels die bij specifieke aanslagsoorten in de plaats treden van lid 1.
- Lid 10 sluit de Algemene termijnenwet uit, zodat de termijn van zes weken kalenderstrikt wordt berekend.
- De uitkomst is de invorderbaarheid (ja/nee) van de belastingaanslag.
Relaties
| Type | Kardinaliteit | Begrip |
|---|---|---|
| heeft | 1:1 | belastingaanslag |
| heeft | 1:1 | zes-weken-na-dagtekening-aanslagbiljet |
| leidt tot | — | invorderbaarheid |