Definitie

“zes weken” (Art. 9 lid 1 IW 1990, peildatum 2026-01-01)

Een vaste termijn van zes aaneengesloten weken die als tijdvak geldt voor de berekening van het moment van invorderbaarheid van een belastingaanslag en die zonder verlenging voor weekenden of feestdagen wordt berekend

Voorbeelden

StellingWaar?Toelichting
De termijn van zes weken bedraagt 42 kalenderdagen, ongeacht of die periode een feestdag bevat.jaArt. 9 lid 10 IW 1990 sluit de Algemene termijnenwet uit; de termijn loopt kalenderstrikt door.
Bij een navorderingsaanslag bedraagt de invorderingstermijn ook zes weken.neeGrensgeval: lid 2 wijkt af van lid 1 en stelt voor navorderingsaanslagen een termijn van één maand vast; ‘zes weken’ geldt uitsluitend als lid 1 van toepassing is.
De termijn van zes weken kan bij besluit van de ontvanger worden verkort.neeDe termijn is wettelijk vastgesteld in lid 1 en kan niet door de ontvanger worden gewijzigd; uitstel van betaling (art. 25 IW 1990) werkt andersom en verlengt juist de betalingstermijn.

Kenmerken

  • Vaste, niet-variabele tijdsduur: de duur is identiek voor alle belastingaanslagen waarop lid 1 van toepassing is.
  • Lid 10 IW 1990 sluit de Algemene termijnenwet uitdrukkelijk uit, zodat de termijn strikt kalendermatig loopt.
  • De termijn is een invoerparameter voor de berekening van het eindtijdstip van de betalingstermijn (zes-weken-na-dagtekening-aanslagbiljet).

Relaties

TypeKardinaliteitBegrip
heeft1:1zes-weken-na-dagtekening-aanslagbiljet