Definitie
“zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet” (Art. 9 lid 1 IW 1990, peildatum 2026-01-01)
De tijdsconditie die vervuld moet zijn opdat een belastingaanslag invorderbaar wordt: het tijdstip van beoordeling moet zijn gelegen op of na het tijdstip dat resulteert uit het optellen van zes weken bij de dagtekening van het aanslagbiljet
Voorbeelden
| Stelling | Waar? | Toelichting |
|---|---|---|
| Een aanslagbiljet is gedagtekend 1 januari 2026. De conditie ‘zes weken na de dagtekening’ is vervuld op 12 februari 2026. | ja | Zes weken (42 kalenderdagen) na 1 januari 2026 is 12 februari 2026; op dat moment is de voorwaarde voldaan en wordt de aanslag invorderbaar. |
| Een aanslagbiljet is gedagtekend op vrijdag 6 februari 2026. De conditie is vervuld op maandag 23 maart 2026 (eerste werkdag na 42 dagen). | nee | Grensgeval: de Algemene termijnenwet is uitgesloten (art. 9 lid 10 IW 1990); de termijn loopt kalenderstrikt. Zes weken na 6 februari 2026 is zaterdag 21 maart 2026 — dat is het moment van invorderbaarheid, niet de eerstvolgende werkdag. |
| Voor een navorderingsaanslag geldt de conditie ‘zes weken na de dagtekening’ niet. | ja | Lid 2 wijkt af van lid 1 en stelt een termijn van één maand vast; de voorwaarde van zes weken is dan niet van toepassing. |
Kenmerken
- Samengestelde conditie: bestaat uit twee componenten — de tijdsduur (zes weken) en het referentiepunt (dagtekening aanslagbiljet).
- Lid 10 sluit de Algemene termijnenwet uit, zodat de conditie strikt kalendermatig wordt berekend.
- De conditie is de enige voorwaarde voor invorderbaarheid onder lid 1; er gelden geen aanvullende materiële voorwaarden.
Relaties
| Type | Kardinaliteit | Begrip |
|---|---|---|
| heeft | 1:1 | zes-weken |
| heeft | 1:1 | dagtekening-aanslagbiljet |
| leidt tot | — | invorderbaarheid |